|
Chocoladesnoepers zullen Christoffel Columbus eeuwig dankbaar blijven, want dankzij hem hebben
we deze delicatesse ontdekt in het Westen. Eén van de volkeren die Columbus tijdens zijn veroveringstochten in de Nieuwe Wereld ontmoette, waren de Azteken. Al generaties lang dronken zij
een aftreksel, op basis van gegrilde zaadjes, die ze lieten weken in kruiden. Het goedje smaakte bitter
en nogal smerig. In het drankje verwerkten de Azteken ook een boon, afkomstig van een vreemde
boom, die een beetje op een bananenboom lijkt. In de vruchten van deze boom, de cacaoboom
verborgen zich de bewuste bonen.
Van hun kant hadden de Azteken deze cacaoconsumptie overgenomen van de Maya's. Honderden
jaren voordat Columbus voet aan wal zette in Amerika, legden de Maya's reeds cacaoplantages aan op
het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Ze noemden de vrucht van de boom "cacau" en het rituele
drankje doopten ze "chacau haa".
Christoffel Columbus nam het recept mee naar Spanje, maar de Spanjaarden vielen niet onmiddellijk
voor de bittere, wrange smaak van de opwekkende drank. De opmars van de drank begon toen ze er
rietsuiker aan toevoegden om de smaak te verbeteren. De nogal dure, en bijgevolg exclusieve,
nieuwigheid sloeg aan bij de adel en de burgerij. Het eerste Londense Chocolate-House opende zijn
deuren in 1657.
Toen de dokters uit die tijd er allerlei
geneeskrachtige en therapeutische eigenschappen aan gingen toeschrijven, was het hek helemaal van
de dam. Het nieuwe product veroverde een vaste plaats in elke apotheek. In de negentiende eeuw
verwerkte men de cacao in verschillende wondermiddeltjes : de ene keer diende het als remedie tegen
futloosheid, de andere keer kreeg het laxerende eigenschappen toegeschreven.
Sommige auteurs raadden chocolade aan als helende balsem tegen kloofjes en brandwonden, als
bescherming tegen de zon en zelfs als preventief middel tegen slangenbeten.
AFRODISIACUM ?
De mythe van chocolade als afrodisiacum (lustopwekkend middel) ontstond in het Westen in 1624,
toen een theoloog in een tractaat (verdrag, pact) de consumptie van chocolade in kloosters
veroordeelde, omdat deze drank "de gemoederen en de lusten verhit". De beroemde courtisane
Madame du Barry had de gewoonte om haar talrijke smachtende minnaars een kop warme en
schuimende chocolade te serveren.
Madame de Pompadour ging zich te buiten aan chocolade om haar "bloed op te warmen", nadat
Lodewijk XV in het openbaar had verkondigd dat ze frigide was.
De eerste die de lustopwekkende kwaliteiten van chocolade erkende en er daarna verslingerd aan
raakte, was de Azteekse keizer Montezuma. Cacao had voor hem dezelfde uitwerking als de moderne
variant, Viagra !
Chocolade in de vaste vorm zoals wij het tegenwoordig het beste kennen werd pas ontwikkeld op het
einde van de jaren 1800. In 1870 voegden Zwitserse chocolademakers melk toe waardoor de eerste
melkchocolade ontstond. Industrialisering in de 19de en 20ste eeuw zorgden er voor dat chocolade ook
toegankelijk was voor de grote massa.
|